|
|
| updated 6 sept 1998
Copyright © 1998 Pieter
Johan Cramwinckel.
Overname en reproduktie alleen met toestemming van de auteur |
| I. Inleiding |
Als inleiding moet onmiddellijk gesteld worden
dat - hoe intrigerend ook het onderwerp - er geen enkel familie verband
is gelegd met het C(K)ramwin(c)kel Hof in o.a. Wiemelhausen ten zuidwesten
van Bochum (Noord Rhein Westfalen-NrWf, Duitsland) en onze eigen familie
tak.
Toch is dit onderwerp interessant, want een
aantal correspondenties met historici en genealogen in deze omgeving
heeft een aantal interessante aanknoping punten opgeleverd betreffende
de naam Cramwinckel en het dit leengoed
| II. Geschiedenis |
De oorsprong van het Cra(m)win(c)kel
hof gaat terug naar de 11e eeuw, verbonden met de lenen en bezittingen
van het Stift WERDEN ( bei Essen, NrWf, DEU). Werden was een adellijk
Stift in de vorm van een Abdij, wiens oorsprong teruggaat tot vóór
de 10e eeuw. De abt, toen vaak een adellijke persoon, b.v. 2e of 3e broer
van een Vorst, Hertog, Graaf die door het eerste zoon geboorterecht
geen recht had op de principale titel en bezittingen van zijn vader -
vond vaak zijn plaats in de geestelijkheid, als Abt , of Bisschop. Hij
had weliswaar een geestelijke functie maar trad ook op als als een
wereldlijke heer.
Het stift Werden (een klooster door St. Ludger
gesticht) had meerdere landgoederen in bezit, vaak verkregen door ontginning,
maar ook door schenkingen, die dan weer beleend werden. Een daarvan was
het leengoed hof Cra(m)win(c)kel.
Zoals hier beneden uitgelegd, verbleef de
Abt regelmatig op zijn hoven, zo ook op het hof Cra(m)winckel
(ZW van Bochum). De Hofen waren hiervoor ook uitgerust met voldoende peroneel,
onder leiding van de beheerder. De beheerders van een hof waren
Ministeriali, d.w.z.. behorend tot de Abdij, vaak van ridderlijke
rang. Het hof was een leengoed dat
erfelijk overging in de familie van de beheerder (Schulte) aan de eerstegeboren
zoon.Was er geen zoon, dat ging het vaak naar de dochter. De schoonzoon
nam dan vaak de hofnaam over ten koste van zijn eigen naam. Daardoor zijn
bloedbanden moeilijk te bewijzen in de mannelijke lijn. Wel werd het hof
bijna altijd vererft binnen de eigen familie.Het kwam ook wel voor dat
meerdere Hofen door eenzelfde familie beheerd worden. Ook is het mogelijk
dat niet ervende zonen met nieuwe hofen beleend werden en de naam van het
familie hof "mee"namen. Deze nieuwe beleningen waren hetzij nieuwe
ontginningen voor dezelfde leenheer, schenkingen door adelijken die in
het bezit van de leenHeer gekomen waren, of van andere leenheren aan wie
zij "doorgeleend of aanbevolen" werden (van een Stift naar een ander Stift
of Bischopheer zoals Munster, Keulen,etc). Ook werden lenen soms verkocht.
Dit zou een verklaring kunnen bieden voor het voorkomen van Krawinkel hoven
in verschillende streken.
| III. Brief Citaten |
Definitives können Sie nur aus Archivalien erfahren. Mit beginn der KB-Führung gibt es bereits so viele Familien desselben Namens, dass sich nur mit viel Geduld un Zeitaufwand feststellen lässt, welche linien Ihre direkten Vorfahren sind, die allerdings irgendwann bei einem Stammvater zusammenlaufen.. In jedem Fall bekommen sie durch die Archivalien Anschluss an die Kirchenbücher (KB), die im Regel etwa un 1650 einsetzen. Für die Bochumer KB ist ein register Erstellt worden, so dass man Ihnen sicher gegen relativ geringer Gebühr sagen kann, ob dort Namenträger Cramwinkel u.ä. zur Anfangszeit vorkommen. Da der Hof schon früh bestanden hat müssen sie davon ausgehen, dass Ihre Namensträger weiträumig in der Umgebung von Bochum in fast allen KB gefunden werden können. In Werden selbst is er mir übrigens nicht begegnet, aber lt. Urbar lebten auch in Steele, heute Essen-.St. einige Personen.[n.b. hier is ook een straatnaam Krahwinkel] Über die o.g. Akten hinaus helfen natürlich auch die Lehnsregister und die Behandigungsbücher.... diese Bücher kann man - leider- aber nur in HStA Düsseldorf ansehen. ...Andererseits werden Sie kaum irgendwo ein so reichhaltiges Archivmaterial finden wie das der ehemaligen Abtei Werden. Im HStA Düsseldorf, 30, Mauerst.55 befinden sich unter "Werden VIII Lehen" die Akten Nr. 214, betreffend Dahlhausen, auch Nehrings zu Linden. Sie enthalten Aufzeichnungen aus dem Jahr 1338, vermutlich jenes im Urbar abgedruckte und oben zitierte Schriftstück, dann erst wieder ab 1564 bis 1707. Die akte Kramwinkel ist im selben Bestand unter Nr. 101 zu finden und reicht von 1543 bis 1805. Darüber hinaus gibt es unter 36) noch ein Krawinkel im Ksp. Rellinghausen, zwischen Werden un Velbert gelegen. Ich bin sicher, dass dies auch mit dem Stammgut zu tun hat, da die meisten Rellinghauser Güter den Grafen zu Hardenberg (b. Velbert) gehörten, und der zuvor schon genannte Verkauf des Hofes Dahlhausen durch den Schulten Johan von Cramwinckel an den Ritter Heinrich von Harddenberg ging, der mit sicherheit ein Verwandter war...." Bibliographie :
|
|
| IV. Voorlopige conclusies. |
Hoewel een bloedverwantschap nu dus moeilijk is vast te stellen, zijn er toch enkele draden in bovenstaande brieven die een verdere speurocht redelijk maken. Het Kra(m)winckel hof dat toebehoorde aan de abdei van Werden, zw. van Bochum en niet ver van Essen/Dusseldorf. (NrWf, DEU) is het objekt van deze speurtocht. Het blijft een hypothese, maar het geeft vasthoudendheid en doelzetting aan ons onderzoek. Het is geografisch het meest voor de handliggende goed en de nabijheid van de rivier de Rijn tezamen met de van oudsher bestaande wegeninfrastructuur laat makkelijke verplaatsingen / omzwervingen / verhuizingen toe in het Rijngebied.